Get Adobe Flash player

 

 

De allereerste rasstandaard van het Schipperke

 

 

                                                                                                 Dr. R. Pollet

 

 

 

In artikelen en boeken wordt soms de ‘eerste officiële rasstandaard van het Schipperke’ gepubliceerd, maar heel dikwijls moeten we vaststellen dat het dan toch niet de echt allereerste standaard is, maar wel een vroegere standaard.

 

Een eerste ontwerp van een rasstandaard van het Schipperke werd besproken op de eerste algemene ledenvergadering van de Schipperkesclub van 4 maart 1888. Na verschillende ‘opmerkingen en voorstellen’ over dit ontwerp werd de allereerste standaard (de karakteristieken van het Schipperke) definitief vastgelegd op de algemene ledenvergadering van 19 maart 1888 en definitief bekrachtigd op de algemene ledenvergadering van 24 juni 1888.

 

We publiceren hier deze werkelijk allereerste tekst van de standaard (met vertaling) die, zoals nog gebruikelijk in die tijd in België, enkel in het Frans was opgesteld. Enkele storende spel- en grammaticale fouten hebben we gecorrigeerd, evenals de interpunctie, maar de onjuist gebruikte kynologische terminologie (5, 6) werd niet gewijzigd (zie verder bijv. de opmerkingen van de auteur van dit artikel: ‘poitrine profonde*’ en ‘Pattes - Poten**’).

 

 

 

***************************************************************************

 

SCHIPPERKE  -  1888

 

 

 

                     Premier Standard de la race - Eerste rasstandaard

 

 

Aptitudes et apparence générale :

 

Excellent et fidèle petit chien de garde, ne faisant pas connaissance avec des étrangers.

 

Remuant, agile et infatigable, continuellement occupé de ce qui se passe autour de lui, très mordant devant les objets dont la garde lui est confiée, très doux pour les enfants, connaît les usages de la maison, toujours curieux de savoir ce qui se passe derrière une porte ou un objet que l’on va déplacer, trahissant ses impressions par sa voix criarde et sa crinière hérissée. Recherche la compagnie des chevaux, fait la chasse aux rongeurs, aux taupes et autres vermines.

 

Couleur : Toute noire zain.

 

Tête : Front assez large diminuant vers les yeux, vu de profil il est arrondi ; museau effilé, pas trop allongé ; cassure peu forte.

 

Nez : Petit.

 

Œil : Brun foncé, petit, plus ovale que rond, ni rentré, ni proéminent, vif et perçant.

 

Oreilles : bien droites, petites, triangulaires, haut placées, lobes assez forts pour qu’ils ne puissent plier autrement qu’en longueur; excessivement mobiles, se rapprochent lorsqu’elles sont dressées.

 

Dents : Très blanches, fortes et effilées, s’adaptant parfaitement.

 

Cou : Fort, porté droit.

 

Epaules : Obliques et mobiles.

 

Poitrine : Large sur le devant, large derrière les épaules et profonde* ; ventre assez  relevé.

 

Dos : Droit et horizontal, mais souple.

 

Rein : Large et râblé.

 

Pattes : ** Parfaitement droites et bien en dessous du corps, fines d’ossature.

 

Pieds : Petits, ronds et serrés ; les ongles droits, forts et courts (non crochus).

 

Cuisses : Très larges, longues, bien musclées, les jarrets près de terre.

 

Corps : Court et trapu.

 

Queue : Absente.

 

Poil : Abondant et résistant au toucher. Ras sur la tête, court sur les oreilles, le  devant des pattes et jarrets, assez court sur le corps, mais allongé autour du cou à commencer du bord extérieur des oreilles où il forme crinière, sur la poitrine où il  forme jabot, se prolongeant entre les pattes de devant et sur l’arrière des cuisses, où il forme une culotte dont les pointes sont dirigées en dedans.

 

Poids : Quatre kilos minimum. Les chiens pesant moins de quatre kilos et réunissant les conditions précitées forment une classe spéciale.

 

Défauts : Oreilles demi-droites, trop longues ou arrondies ; tête étroite et allongée ; poil peu fourni, absence de crinière et de culotte.

 

 

 * Veut dire ici ‘haute’ ou ‘bien descendue’ ; en terminologie canine, la profondeur de poitrine veut dire ‘longueur de poitrine’, donc une distance horizontale.

 

** Pour le cynologue un chien n’a pas de pattes, mais des membres (5).

 

 

 

***************************************************************************

 

 

 

Nederlandse vertaling van de Franstalige allereerste rasstandaard (1888) van het Schipperke

 

 

Bekwaamheden en algemeen voorkomen:

 

Uitmuntend en trouw waakhondje, afzijdig ten opzichte van vreemden. Beweeglijk, lenig en onvermoeibaar, altijd bezig met wat er rond hem gebeurt, zeer bijterig bij voorwerpen die hem ter bewaking worden toevertrouwd, heel zacht voor kinderen, kent de gewoonten van het huis, altijd nieuwsgierig om te weten wat er gebeurt achter een deur of een voorwerp dat men zal verplaatsen, lucht gevend aan zijn gevoelens door zijn schel geblaf en zijn rechtopstaande manen. Zoekt het gezelschap van paarden, jaagt op knaagdieren, mollen en ander ongedierte.

 

Kleur: Eenkleurig zwart.

 

Hoofd: Voorhoofd tamelijk breed, naar de ogen toe vernauwend, afgerond van  terzijde; voorsnuit spits toelopend, niet al te lang; stop niet uitgesproken.

 

Neus: Klein.

 

Oog: Donkerbruin, klein, meer ovaal dan rond, noch diepliggend, noch uitpuilend, levendig en doordringend.

 

Oren: Goed rechtop, klein, driehoekig, hoog aangezet, oorlobben tamelijk stevig om enkel in lengterichting te kunnen plooien; uitermate beweeglijk, dichter bij  elkaar komend wanneer gespitst.

 

Tanden: Zeer wit, sterk en scherp, perfect sluitend.

 

Hals: Sterk, recht gedragen.

 

           Schouders: Schuin en beweeglijk.

 

           Borst: Van voren breed, achter de schouders breed en diep; buik tamelijk  opgetrokken.

 

           Rug: Recht en horizontaal, maar soepel.

 

           Lenden: Breed en stevig.

 

           Poten:* Volkomen recht en goed onder het lichaam geplaatst, fijn van  beendergestel.

 

           Voeten: Klein, rond en gesloten; de nagels recht, sterk en kort (niet gekromd).

 

           Dijen: Zeer breed, lang, goed gespierd; de sprongen dicht bij de grond.

 

           Lichaam: Kort en gedrongen.

 

           Staart: afwezig.

 

           Vacht: Overvloedig en stevig (ruig) aanvoelend. Beharing glad op het hoofd, kort op  de oren, de voorzijde van de poten* en de sprongen, tamelijk kort op het lichaam maar lang rond de hals, waar, te beginnen met de buitenkant van de oren, manen  worden gevormd, een borstveer op de borst die zich uitstrekt tot tussen de voorpoten* en op de achterzijde van de dijen een broek, waarvan de haren met de  uiteinden naar binnen zijn gericht.

 

           Gewicht: Minstens 4 kg. Honden die minder wegen en aan de vermelde beschrijvingen beantwoorden, vormen een speciale klasse.

 

           Fouten: Oren halfstaand, te lang of afgerond; hoofd smal en gestrekt (lang); schrale beharing, ontbreken van manen en broek.

 

 

 

* Letterlijke vertaling van ‘pattes’. Bedoeld wordt ‘ledematen’ of ‘benen’ of ‘voorbenen’ (6).

 

 

 

**************************************************************************

 

 

 

   Opmerkingen over deze eerste Standaard

 

 

 

           Wat stemt in de allereerste standaard van het Schipperke van 1888 niet overeen met de huidige geldige standaard? Wat zijn de belangrijkste opmerkingen wanneer we deze eerste standaard vergelijken met de huidige geldige en officiële FCI-standaard Nr. 83 van 14.12.2009 (14)?

 

          

 

● Er worden eigenlijk in deze allereerste standaard twee gewichtsklassen vermeld: de Schipperkes boven en onder 4kg, zonder opgave, wat nogal verwonderlijk is, van een bovenste gewichtsgrens.

 

● De grootte (schofthoogte) wordt in de allereerste standaard niet vermeld, maar ook niet in de huidige geldige standaard (14), wat in teksten van rasstandaarden (10, 11) toch tamelijk uitzonderlijk is en niet conform de ‘Modelstandaard’ van de FCI.

 

● In de eerste standaard wordt geen onderscheid gemaakt tussen gewone en diskwalificerende fouten.

 

● De beschrijving van het achterste gedeelte van het kruis als ‘wat wordt genoemd achterste van een Guinees biggetje’ staat niet in de eerste standaard. Dit is er pas later in gekomen. Deze niet echt duidelijke vergelijking staat nog altijd ‘om historische redenen’ in de huidige standaard (14). Deze bepaling zou bij een volgende wijziging van de rasstandaard misschien het best weggelaten worden!

 

● Ook de omschrijving dat het hoofd ‘vosachtig’ (vulpoïde) (7, 8) moet zijn, wat werd geformuleerd als ‘aan de kop van een vos gelijkend’, is pas later (4) in de raspunten opgenomen, maar is verdwenen in de standaarden van 2003 en 2009 en vervangen door ‘wolfachtig’ (lupoïde) (8, 14).

 

● Dat de tanden ‘perfect sluiten’ (allereerste standaard) betekent eigenlijk dat een schaar- en een tanggebit volledig gelijkwaardig zijn. In de laatste standaard (14) staat dat een tanggebit ‘getolereerd’ wordt. Tolereren of dulden wil eigenlijk zeggen ‘iets aanvaarden of toelaten dat men toch niet helemaal goedkeurt’. In klare taal betekent dit dat een schaargebit eigenlijk het ideaal is (13).

 

● Dat de ledematen ‘fijn van beendergestel’ moeten zijn staat nog altijd in de meest recente standaard (14). In een volgende gewijzigde standaard zou dit moeten weggelaten worden en vervangen door de betere omschrijving ‘beendergestel van de ledematen in harmonie met het lichaam’ (7).

 

● ‘Geen staart’ is natuurlijk geen vereist raskenmerk meer (14) na het verbod op het staartcouperen vanaf 1 jan. 2006 (2, 12).

 

 

 

Conclusie

 

 

 

In de allereerste standaard vinden we de meeste essentiële raskarakteristieken (wat betreft de anatomische bouw en zelfs de vacht) terug die ook nu nog bepalend zijn voor het rastypische uiterlijk van het Schipperke. Deze zeer gewenste en typische kenmerken werden in de standaard van 1888 als volgt omschreven (de Nederlandse vertaling van de Franse tekst wordt hier toegevoegd):  

 

 

 

- sa voix criarde / zijn schel geblaf

 

- couleur toute noire zain / eenkleurig zwart

 

- front assez large, museau pas trop allongé / voorhoofd tamelijk breed, snuit niet al te lang

 

- oeil brun foncé, petit, vif / oog donkerbruin, klein, levendig

 

- oreilles petites, haut placées, excessivement mobiles / oren klein, hoog aangezet, uitermate beweeglijk

 

- épaules obliques / schouders schuin

 

- poitrine large et profonde / borst breed en diep

 

- dos horizontal / horizontale rug

 

- rein large et râblé / rug breed en stevig (gedrongen)

 

- pattes bien en dessous du corps / ledematen goed onder het lichaam geplaatst

 

- corps court et trapu / lichaam kort en gedrongen

 

- poil abondant et résistant au toucher / vacht overvloedig en stevig aanvoelend

 

- poil formant crinière, jabot, une culotte / beharing die manen vormt, een borstveer, een broek

 

- défauts : oreilles trop longues, tête étroite et allongé, poil peu fourni, absence de crinière et de culotte / fouten: oren te lang, hoofd smal en gestrekt, beharing schraal, geen manen en
   broek.

 

 

 Bibliografie - Bibliographie

 

 

 (1)‘Schipperke’ (in English), Dr. R. Pollet, Interpet Publishing, 2001.

 

     ‘Schipperke’ (in English), Dr. R. Pollet, Kennel Club Books 2005 (USA).

 

(2)‘Encyclopedie van de Belgische Hondenrassen’, Dr. Robert Pollet en Prof. Dominique Grandjean, Aniwa Publishing, 2006, bladz. 60-73.  

 

 (3) ‘Hondenrassen II’, H.A. Graaf van Bylandt, 1904, p. 632-642 (Schipperke)

 

(4) “De Belgische Rassen”, uitgegeven door de KMSH 1960, Het Schipperke p. 27-29.

 

(5) “Lexique des termes canins” (extérieur et mouvement), par Dr. R. Pollet.

 

(6) « Kynologisch Lexicon » (exterieur en Beweging), Dr. R. Pollet, CirCum Publishing,

 

         2002.

 

 

 Artikels (Auteur Dr. R. Pollet): Zie www.schipperke.be

 

 

 (7) Verkorte rasstandaard

 

(8) Het hoofd van het Schipperke

 

 (9) De vachtverzorging

 

 (10) Gewicht en grootte van het Schipperke

 

 (11) Maten, gewicht en grootte van het Schipperke

 

 (12) Het Schipperke en het verbod op staartcouperen (Zie ook Clubblad jan.-febr.- maart

 

           2010)

 

  (13) Het gebit van de hond. Beoordeling van het gebit van het Schipperke. Zie ook

 

           Clubblad Okt./Nov./Dec. van 2010)

 

          

 De rasstandaard:

 

 

 (14)   www. schipperke.be (Rasstandaard)

 De nieuwe standaard moest er komen omdat door de FCI een aanpassing aan de   ‘Modelstandaard’ gevraagd werd. De rassen evolueren ook en op een bepaald ogenblik stelt men vast dat het uiterlijk van het ras niet meer helemaal overeenstemt met de rasbeschrijving.