VERKORTE RASSTANDAARD VAN HET SCHIPPERKE
Dr. R. Pollet
Lid van de Belgische Commissie voor Rasstandaarden.
Deze Standaard in een notendop wordt het best gelezen samen met de volledige echte standaard van 2009 (1) (2) (3) en kan in ieder geval beschouwd worden als aanbevolen of zelfs verplichte lectuur voor groeps- en allround-keurmeesters die het zeer druk hebben.
Algemeen voorkomen:
Eerst en vooral kan er niet genoeg beklemtoond worden dat het Schipperke geen Belgische Herdershond (BH) in miniatuur (in klein formaat) is (4) (5) (6). De anatomische bouw van deze twee rassen is immers nogal verschillend. Het Schipperke is weliswaar een klein hondje, maar het is wel tamelijk robuust en stevig gebouwd. Zijn silhouet is uniek en zeer kenmerkend voor het ras.
Gewicht: 3 tot 9 kg. Een gemiddeld gewicht van 4 tot 7 kg wordt nagestreefd.
Opmerking: de gewichtslimieten liggen ver uit elkaar. Een teef kan groter en zwaarder zijn dan een reu. Op basis van alleen grootte en gewicht (het formaat) kan dus niet beweerd worden dat een teef te mannelijk of een reu te vrouwelijk is. Het geslachtstype komt vooral tot uiting in het hoofd en de volledige bouw, die licht of krachtig kan zijn.
Gemiddelde schofthoogte (wordt niet vermeld in de Standaard): 32,5 cm of 12,8 inches.
Vacht: overvloedig dekhaar, dat recht is, tamelijk hard van textuur, afstaand rond de hals (de ‘kraag’), lang boven op de hals en de schoft (de manen), de keel en de voorborst (de ‘borstveer’). Het haar is ook lang en naar binnen gericht aan de achterzijde van de dijen (de ‘broek’). Dichte ondervacht.
Opmerking: bij reuen zijn in de regel de kraag, de manen en de borstveer meer uitgesproken.
Vachtkleur: eenkleurig zwart, zonder witte vlekken.
Hoofd: niet vosachtig (zie vorige standaarden), maar wolfachtig (7).
In vergelijking met andere herdershonden is de schedel breder en niet zo vlak. Stop duidelijker dan bij Belgische Herder.
Oren strak rechtopstaand, driehoekig en zo klein mogelijk. Ogen klein, amandelvormig en donkerbruin.
Gebit: schaargebit; tanggebit getolereerd. Twee premolaren 1 (2 P1’s) en één premolaar 2 (1 P2) mogen ontbreken zonder bestraffing.
Hals: krachtig en zeer omvangrijk lijkend door de overvloedige beharing (de halskraag).
Beendergestel van ledematen: eerder fijn.
Opmerking: wellicht zou in de standaard de formulering ’beendergestel in harmonie met het lichaam’ beter zijn.
Spijtig genoeg wordt door keurmeesters dikwijls gemeend, maar volledig ten onrechte, dat het volledige skelet van een Schipperke eerder fijn is.
De bepaling ‘eerder fijn’ heeft zeer duidelijk alleen betrekking op de ledematen, dus de voor- en de achterbenen. Een Schipperke is dus niet tenger of elegant, maar wel stoer en robuust, zoals vooral blijkt uit de relatief brede schedel en de relatief volumineuze borstkas (is tamelijk breed en diep).
Voorste ledematen: goede schouderhoeking, voormiddenvoeten hoogstens zeer licht hellend.
Achterste ledematen: goed onder het lichaam geplaatst; goede hoeking van knieën en sprongen.
Romp of lichaam: (inschrijfbaar in een) vierkant; compact, krachtig maar niet plomp; borst wijder, ruimer en dus met (relatief) groter omvang dan bij de Belgische Herder of andere herdershonden.
Opmerking: de bepaling in de standaard ‘een diepe, tot ellebooghoogte reikende borst’, betekent niet dat de borstdiepte als ideaal de helft moet bedragen van de schofthoogte.In werkelijkheid is de borstdiepte 47-48 % van de schofthoogte (4).
Bovenbelijning: schoft sterk gemarkeerd (mede door de manen); rug en lenden zeer stevig en recht; kruis horizontaal en achteraan mooi afgerond.
Opmerking: dikwijls stijgt de bovenbelijning lichtjes van achteren naar voren; dit is een ’hypertypisch’ kenmerk, maar het wordt getolereerd.
Onderbelijning: goed diep, buik matig opgetrokken.
Staart: afwezig (staartloos), onvolledig (rudimentair of kort) of natuurlijke (volledige) staart. De volledige staart wordt in rust bij voorkeur hangend gedragen en in beweging bij voorkeur niet hoger dan de bovenbelijning. Een opgerolde of over de rug gedragen staart wordt aanvaard.
Opmerking: wanneer in stand de staart van een Schipperke mooi hangend gedragen wordt (dracht die de voorkeur heeft), dan mag de voorbrenger terwijl hij de hond in stand plaatst de staart niet over de rug leggen en de keurmeester mag vanzelfsprekend ook niet vragen of verlangen dat de exposant dit doet.
Gangwerk: zeer energieke draf, met goede achterhandstuwing; de benen bewegen zeer snel en met een gemiddelde reikwijdte.
Temperament: bruisend van vitaliteit. Het Schipperke is onvermoeibaar en uiterst nieuwsgierig, een echte ‘snuffelaar’.
Referenties:
(1) Deze website, ‘Rasstandaard’ (van 2009).
(2) “Encyclopedie van de Belgische Hondenrassen”, Dr. Robert Pollet en Prof. Dominique Grandjean, Aniwa Publishing, 2006, ISBN 2-7476-0081-5. (Hierin staat de Standaard van 2003).
(3) www.fci.be
(4) Deze website artikel “Maten, gewicht en grootte van het Schipperke” (abstract en volledig artikel), Dr. R. Pollet.
(5) Schipperke (in English), Dr. R. Pollet, Interpet Publishing, 157 p., 2001.
(6) “het Schipperke is geen Belgische Herder (Groenendaeler) in miniatuur”, Dr. R. Pollet, Clubblad Koninklijke Schipperkesclub van België 2011 (2e trimester in het Frans, 4e trimester in het Nederlands).
(7) Deze website, artikel ‘Het hoofd van het Schipperke’, Dr. R. Pollet.