HET GEBIT (Word-document)
NB: Le texte en français suit le texte en néerlandais
🇳🇱 HET GEBIT VAN DE HOND – Postscriptum
Het artikel “Het gebit van de hond – Beoordeling van het gebit van het Schipperke” is in het Frans verschenen in ons clubblad van april, mei, juni 2010, en in het Nederlands in het clubblad Nr. 4, 2010, van oktober, november, december (bladz. 12-19).
In het clubblad van Frankrijk “Le Berger belge et le Schipperke” Nr. 5 (Septembre-Octobre), 2010, bladz. 74, lezen we dat het bestuur van de Schipperkesclub van Frankrijk het betreurt dat in de nieuwe standaard van het Schipperke de bestraffingen niet duidelijker zijn en dat namelijk het ontbreken van twee snijtanden niet is vermeld.
De lezer zal zich herinneren dat we in ons artikel over het gebit geschreven hebben dat het niet mogelijk is om in een standaard alle mogelijke fouten te beschrijven en te voorzien en ook dat een keurmeester altijd beroep moet doen op zijn gezond verstand en zijn logisch redeneringsvermogen alvorens te bestraffen of een kwalificatie toe te kennen. Een mooi voorbeeld van een mogelijke onvolkomenheid die niet wordt vernoemd in de standaard en waarmee de keurmeesters toch zouden moeten rekening houden is een ‘slechte inplanting van de tanden’ (is zeker niet zeldzaam bij Schipperkes). In ieder geval, wat men kan lezen over het gebit en de tandfouten in de nieuwe standaard van het Schipperke, is meer gedetailleerd, duidelijker en beter interpreteerbaar dan in de meeste andere rasstandaarden.
Het ontbreken van twee snijtanden is inderdaad ook een voorbeeld van een concrete fout die in de standaard niet werd vermeld. Hoe kunnen keurmeesters nu weten welke kwalificatie ze moeten geven die volledig conform de rasstandaard is, wanneer ze zich moeten baseren op de tekst van een standaard die zeer volledig is, maar waarin toch deze concrete tandfout niet uitdrukkelijk werd vermeld?
Laten we hiervoor kijken wat we uit de standaard van het Schipperke kunnen leren:
– het ontbreken van één snijtand is een ‘zware fout’; hieruit volgt vanzelfsprekend dat het ontbreken van twee snijtanden een ‘zeer zware fout’ is.
– Het ontbreken van twee snijtanden wordt niet vermeld bij de diskwalificerende fouten.
Conclusie: het ontbreken van twee snijtanden is een zwaardere fout dan een ‘zware fout’ en is minder zwaar dan een ‘diskwalificerende fout’. Bijgevolg is het toekennen van de kwalificatie ‘matig’ of ‘voldoende’ (in Frankrijk ‘assez bon’ wat betekent ‘tamelijk goed’) het meest logisch en het meest verdedigbaar.
Robert Pollet
🇫🇷 LA DENTITION DU CHIEN – Post-scriptum
L’article « La dentition du chien – Évaluation de la dentition du Schipperke » a été publié en français dans notre bulletin de club d’avril, mai et juin 2010, et en néerlandais dans le bulletin n° 4 de 2010, d’octobre, novembre et décembre (pages 12 à 19).
Dans le bulletin français « Le Berger belge et le Schipperke », n° 5 (septembre-octobre) 2010, page 74, nous lisons que le comité du Club français du Schipperke regrette que, dans le nouveau standard du Schipperke, les sanctions ne soient pas formulées de manière plus claire et que, notamment, l’absence de deux incisives n’y soit pas mentionnée.
Le lecteur se souviendra que, dans notre article sur la dentition, nous avons écrit qu’il n’est pas possible de décrire et de prévoir toutes les fautes possibles dans un standard, et que le juge doit toujours faire appel à son bon sens et à sa capacité de raisonnement logique avant de sanctionner ou d’attribuer une qualification.
Un bon exemple d’imperfection possible, non mentionnée dans le standard et dont les juges devraient néanmoins tenir compte, est une mauvaise implantation des dents (certainement pas rare chez le Schipperke).
Quoi qu’il en soit, ce que l’on peut lire à propos de la dentition et des défauts dentaires dans le nouveau standard du Schipperke est plus détaillé, plus clair et plus facilement interprétable que dans la plupart des autres standards de race.
L’absence de deux incisives est effectivement un autre exemple de défaut concret qui n’a pas été mentionné dans le standard. Comment les juges peuvent-ils alors savoir quelle qualification attribuer en parfaite conformité avec le standard de la race, lorsqu’ils doivent se baser sur un texte de standard très complet, mais dans lequel ce défaut dentaire précis n’est pas explicitement cité ?
Voyons donc ce que l’on peut déduire du standard du Schipperke :
- l’absence d’une incisive est considérée comme une faute grave ; il en découle logiquement que l’absence de deux incisives constitue une faute très grave ;
- l’absence de deux incisives n’est pas mentionnée parmi les fautes éliminatoires.
Conclusion : l’absence de deux incisives est une faute plus grave qu’une « faute grave », mais moins grave qu’une « faute éliminatoire ». Par conséquent, l’attribution de la qualification « moyen » ou « suffisant » (en France « assez bon ») est la solution la plus logique et la plus défendable.
Robert Pollet
