Vachtverzorging – Soins de la robe

NB: Le texte en français suit le texte en néerlandais

🇳🇱 De  Vachtverzorging  bij  het  Schipperke

De vachtverzorging vergt enkel borstelen en kammen. Doorgedreven toiletteren (zoals bijv. om de hond klaar te maken voor een tentoonstelling), trimmen (in vorm brengen, waarvoor heel wat vakkennis vereist is), bijknippen, fatsoeneren, modelleren, of wat dan ook, zoals bij kleine gezelschaps- of luxehondjes, is bij het Schipperke totaal overbodig.

Het kammen gebeurt met een gewone kam (of een metalen kam, die heel doelmatig is).

Na het eigenlijk kammen kan de vacht nog volledig  gladgestreken worden. Gebruik hiervoor een borstel met stevige haren (eventueel met dunne metalen haren) of een borstelhandschoen, die beide, speciaal voor honden, in de handel te krijgen zijn. Het Schipperke wordt geborsteld in de richting van de haren (vanaf het hoofd in de richting van de achterhand), ofwel ook afwisselend tegen de richting en in de richting van de haarinplanting. Hierdoor worden het vuil, de dode haren en de weerspannige plukken haar verwijderd. Door het borstelen onderhoudt of verzorgt men ook de ‘kraag’ (langere beharing rond de hals), de ‘manen’ (langere nekharen die ook de schoft bedekken) en de ‘broek’ (lange beharing of bevedering aan de achterzijde van de dijen), die zeer karakteristiek en typisch zijn voor het uiterlijk van het ras.
Door de combinatie kammen/borstelen worden de dode haren en de losse onderwol verwijderd, maar het borstelen moet ook gezien worden als een vorm van massage, waardoor de bloedsomloop wordt gestimuleerd.
De vacht van het Schipperke moet dus helemaal niet, zoals hoger reeds vermeld, volgens een welbepaald ‘tentoonstellingsschema’ in vorm gebracht of ‘gemodelleerd’ worden. Een eenvoudige en regelmatige verzorging (kammen en borstelen) volstaat om de vacht in optimale conditie te houden.
Gezonde Schipperkes hebben geen ‘hondengeur’ en moeten normaal niet gewassen worden. Het Schipperke een badje geven moet eigenlijk verboden worden. Door baden (wassen) wordt de vacht zacht, dof en zelfs wat gegolfd. Zeep verwijdert immers de dunne waterafstotende beschermlaag die maakt dat de hond snel droog wordt na bijv. een regenvlaag. Het kan dan zelfs weken duren vooraleer de verdwenen beschermlaag opnieuw wordt gevormd.
Een Schipperke wassen mag dus enkel wanneer het zich erg heeft bevuild en dan moeten wel het best meer bepaald die plaatsen van de vacht gewassen worden waar dit nodig is. Hiervoor gebruikt men een ‘shampoo speciaal voor honden’, die door de lagere pH of zuurgraad minder agressief is. Na het wassen moet de hond grondig afgespoeld worden.

Het is aan te raden, wanneer het Schipperke in zee (zout water) gebaad heeft, om de vacht met gewoon (zoet) water af  te spoelen, bijv. met een sproeier.

                                                                                                 Robert Pollet

🇫🇷 L’entretien de la robe chez le Schipperke

L’entretien du pelage se limite au brossage et au peignage. Un toilettage approfondi (par exemple pour préparer le chien à une exposition), le trimming (mise en forme nécessitant une grande technicité), la coupe, l’égalisation, le modelage ou tout autre soin de ce type, comme on le pratique chez les petits chiens de compagnie ou dits « de luxe », est totalement inutile chez le Schipperke.

Le peignage se fait à l’aide d’un peigne ordinaire (ou d’un peigne métallique, très efficace).

Après le peignage proprement dit, le pelage peut encore être entièrement lissé. Pour cela, on utilise une brosse à poils fermes (éventuellement munie de fines pointes métalliques) ou un gant de brossage, tous deux spécialement conçus pour les chiens et disponibles dans le commerce.

Le Schipperke est brossé dans le sens du poil (de la tête vers l’arrière-train), ou bien en alternance à rebrousse-poil puis dans le sens de l’implantation du poil.

Cette méthode permet d’éliminer la saleté, les poils morts et les mèches rebelles. Le brossage entretient également la collerette (poil plus long autour du cou), la crinière (poil plus long du cou recouvrant aussi le garrot) et la culotte (poil long ou franges à l’arrière des cuisses), éléments très caractéristiques et typiques de l’apparence de la race.

La combinaison peignage/brossage élimine les poils morts et le sous-poil détaché. Le brossage doit également être considéré comme une forme de massage, qui stimule la circulation sanguine.

Le pelage du Schipperke ne doit donc absolument pas, comme mentionné plus haut, être mis en forme ou « modelé » selon un quelconque schéma d’exposition. Un entretien simple et régulier (peignage et brossage) suffit à maintenir le pelage dans un état optimal.

Les Schipperkes en bonne santé n’ont pas d’odeur de chien et ne doivent normalement pas être lavés. Donner un bain à un Schipperke devrait en réalité être évité. Le bain rend le poil mou, terne et parfois légèrement ondulé. En effet, le savon élimine la fine couche protectrice hydrofuge qui permet au chien de sécher rapidement, par exemple après une averse. Il peut alors falloir plusieurs semaines avant que cette couche protectrice ne se reforme.

Un Schipperke ne doit donc être lavé que s’il est fortement souillé, et dans ce cas, il est préférable de ne laver que les zones du pelage qui en ont réellement besoin. On utilisera pour cela un shampooing spécialement conçu pour les chiens, moins agressif grâce à son pH plus faible. Après le lavage, le chien doit être abondamment rincé.

Il est recommandé, lorsque le Schipperke s’est baigné en mer (eau salée), de rincer le pelage à l’eau douce, par exemple à l’aide d’un tuyau ou d’un arroseur.

Robert Pollet