NB: Le texte en français suit le texte en néerlandais
🇳🇱 Het hoofd van het Schipperke
Dr. R. POLLET
Lid van de Belgische Commissie voor Rasstandaarden
Commentaar met betrekking tot de bepaling in de nieuwe Standaard dat het hoofd wolfachtig (lupoïde) is en dus niet meer ‘lijkend op het hoofd van een vos (vulpoïde)’.
In het gastenboek (View Guestbook) van de website van de Belgische Schipperkes Club werd de vraag gesteld waarom het hoofd van het Schipperke nu plots ‘wolfachtig’ is en niet meer ‘vosachtig’, zoals het in de vroegere standaarden werd beschreven.
Het antwoord is eenvoudig: het hoofd van het Schipperke lijkt niet op dat van een vos! Waarom niet? Omdat een vossenhoofd de volgende opmerkelijke verschillen vertoont: de wangspieren (masseter) zijn meer ontwikkeld en de vossensnuit is spits, puntig uitlopend en betrekkelijk lang. Dat de snuit van een vos relatief langer is dan bij het Schipperke betekent dat de verhouding snuit/hoofdlengte anders is. Bij een Schipperke bedraagt deze verhouding namelijk 0,40, wat wil zeggen dat de snuitlengte 40 percent uitmaakt van de totale hoofdlengte (schedel + schedelgedeelte of voorhoofd). Zie hierover het artikel ‘Weight, height and measurements of the Schipperke’ en ook de tekst van de nieuwe Standaard (‘Belangrijke Verhoudingen’), waarin we lezen ‘de snuit is duidelijk minder lang dan de helft van de hoofdlengte’.
Waarom werd het hoofd dan vroeger beschreven als vosachtig (vulpoïde)? Vroeger is natuurlijk voorbij, met andere woorden de inzichten verbeteren en de rasstandaarden waren in het verleden allerminst taalkundige meesterwerkjes. Een mogelijk antwoord nochtans is dat het Schipperke een kleine hond is en men misschien de vos aanzag als een kleine wolf, zodat men dacht Schipperkes met vossen te kunnen vergelijken. Voor wat betreft de lichaamsvorm zouden Schipperkes echter het best niet met vossen vergeleken worden. Wolven en vossen behoren ook tot een andere ‘soort’, maar maken beide wel deel uit van de grote familie van de canidae of hondachtigen. Het kan natuurlijk vroeger ook een rol gespeeld hebben dat de geleerde term ‘vulpoïde’ veel indruk maakte, waardoor de kennis over de vorm van het hoofd voorbehouden kon worden aan zogenaamde ‘ingewijden’.
Men heeft ook nog geargumenteerd dat de term ‘vulpoïde’ eigenlijk betrekking had op de expressie of de uitdrukking van het hoofd. Nochtans is hier de vergelijking met het vossenhoofd nog minder wenselijk. De expressie van vossen is immers onrustig, wantrouwend en schuw. Het Schipperke daarentegen is een zeer nieuwsgierig hondje zonder vaar noch vrees en een onvermoeibare snuffelaar die alles onderzoekt.
Er rest nu toch nog een andere vraag, namelijk ‘is het hoofd van een Schipperke echt wolfachtig (lupoïde)? Natuurlijk werd in de Standaard de term ‘wolfachtig’ gebruikt om te benadrukken dat het hoofd niet vosachtig is. Wat dan een mogelijke wolfachtige vorm van het hoofd van het Schipperke betreft moeten we er op wijzen dat bij wolven de vorm van het hoofd tamelijk varieert, maar we weten wel dat bij honden (althans bij honden van het lupoïde type) de schedel relatief smaller, dus kleiner is dan bij wolven. Met de term lupoïde wordt echter ook nog bedoeld dat het Schipperke behoort tot het morfologische (wat betreft vorm en bouw) type van de wolfachtigen, en niet tot een ander type. De mogelijke andere types zijn met name het braccoïde (brakachtig), het molossoïde (molosserachtig) en het graioïde (windhondachtig) type.
Lupoïden (wolfachtigen) hebben volgens de classificatie van Pierre Mégnin de volgende kenmerken: hoofd in de vorm van een horizontale pyramide, oren rechtopstaand, snuit gestrekt en versmallend, lippen droog en goed aansluitend. Lupoïden zijn meestal middellijnig (met normale lichaamsverhoudingen) en zelden hypermetrisch (met meer dan gemiddeld formaat, wat betekent groter en zwaarder dan gemiddeld). Het Schipperke vertoont dus zeker lupoïde kenmerken en behoort tot het lupoïde type, ook wat het hoofd betreft, maar niet wat zijn grootte betreft. In ieder geval lijkt het hoofd van een Schipperke meer op een wolven- dan op een vossenhoofd!
Literatuur:
- ‘Schipperke’ (in English), Dr. R. Pollet, Interpet Publishing, 2001.
- Article ‘Weight, height and measurements of the Schipperke’.
Zie deze website.
- ‘De Duitse Herdershond’, deel II, in Hfdst. I, ‘Over wolven, huishonden, domesticatie en kruisingen van wolven met honden’, Robert POLLET, Uitg. Helios N.V. Antwerpen en H.J.W. Becht, Amsterdam, 1985.
- ‘Kynologisch Lexicon’, Dr. R. Pollet, CirCum Communicatie Groep, 2002.
🇫🇷 La tête du Schipperke
Dr R. POLLET
Membre de la Commission belge des standards de race
Commentaire concernant la mention, dans le nouveau Standard, selon laquelle la tête est de type lupin (lupoïde) et non plus « ressemblant à celle d’un renard (vulpoïde) ».
Dans le livre d’or (View Guestbook) du site de la Société belge du Schipperke, la question a été posée de savoir pourquoi la tête du Schipperke est désormais décrite comme « lupine » et non plus « renardine », comme cela figurait dans les anciens standards.
La réponse est simple : la tête du Schipperke ne ressemble pas à celle d’un renard. Pourquoi ? Parce qu’une tête de renard présente des différences notables : les muscles des joues (masséters) y sont plus développés et le museau du renard est effilé, pointu et relativement long. Le fait que le museau du renard soit proportionnellement plus long que celui du Schipperke implique que le rapport museau/longueur de tête est différent.
Chez le Schipperke, ce rapport est de 0,40, ce qui signifie que la longueur du museau représente 40 % de la longueur totale de la tête (crâne + région crânienne ou front). Voir à ce sujet l’article Weight, height and measurements of the Schipperke, ainsi que le texte du nouveau Standard (« Proportions importantes »), où l’on peut lire : « le museau est nettement plus court que la moitié de la longueur de la tête ».
Pourquoi, alors, la tête était-elle autrefois décrite comme renardine (vulpoïde) ? Le passé est le passé : les connaissances évoluent et les standards de race n’étaient certainement pas des chefs-d’œuvre linguistiques. Une explication possible est que le Schipperke est un petit chien et que l’on considérait peut-être le renard comme un petit loup, ce qui conduisait à comparer le Schipperke au renard. En ce qui concerne la forme du corps, il ne convient toutefois pas de comparer le Schipperke au renard. Les loups et les renards appartiennent certes à des espèces différentes, mais font tous deux partie de la grande famille des canidés.
Il est également possible que, par le passé, l’utilisation du terme savant « vulpoïde » ait impressionné, réservant ainsi la connaissance de la forme de la tête à des « initiés ».
On a aussi avancé que le terme « vulpoïde » se rapportait en réalité à l’expression de la tête. Or, là encore, la comparaison avec la tête du renard est encore moins appropriée. L’expression du renard est en effet inquiète, méfiante et farouche. Le Schipperke, en revanche, est un petit chien très curieux, sans crainte ni appréhension, et un fouilleur infatigable qui examine tout.
Reste néanmoins une autre question : « la tête du Schipperke est-elle réellement de type lupin (lupoïde) ? » Dans le Standard, le terme « lupin » a évidemment été utilisé pour souligner que la tête n’est pas renardine. En ce qui concerne une éventuelle forme lupine de la tête du Schipperke, il convient de rappeler que, chez les loups, la forme de la tête varie considérablement, mais que chez les chiens (du moins chez les chiens de type lupoïde), le crâne est relativement plus étroit, donc plus petit, que chez le loup.
Par le terme « lupoïde », on entend également que le Schipperke appartient, du point de vue morphologique (forme et construction), au type des chiens de type loup, et non à un autre type. Les autres types possibles sont notamment le type braccoïde (type braque), le type molossoïde (type molosse) et le type graïoïde (type lévrier).
Selon la classification de Pierre Mégnin, les chiens lupoïdes présentent les caractéristiques suivantes : tête en forme de pyramide horizontale, oreilles dressées, museau allongé et s’effilant, lèvres sèches et bien appliquées. Les lupoïdes sont généralement médiolignes (aux proportions corporelles normales) et rarement hypermétriques (de format supérieur à la moyenne, c’est-à-dire plus grands et plus lourds que la moyenne).
Le Schipperke présente donc sans aucun doute des caractéristiques lupoïdes et appartient au type lupoïde, y compris en ce qui concerne la tête, mais non en ce qui concerne la taille. En tout état de cause, la tête du Schipperke ressemble davantage à celle d’un loup qu’à celle d’un renard !
Bibliographie
- Schipperke (en anglais), Dr R. Pollet, Interpet Publishing, 2001.
- Article Weight, height and measurements of the Schipperke (voir ce site).
- Le Berger allemand, tome II, chap. I : « Des loups, des chiens domestiques, de la domestication et des croisements entre loups et chiens », Robert Pollet, Éditions Helios N.V. Anvers et H.J.W. Becht, Amsterdam, 1985.
- Lexique cynologique, Dr R. Pollet, CirCum Communication Group, 2002
